Spreekbeurten en werstukken

Deze pagina is goed als je een werkstuk of spreekbeurt moet maken over paarden of over paarden.

 

Er zijn 2 spreekbeurten

en 2 werkstukken.

 

Spreekbeurten

  1. Inleiding

 

  1. Geschiedenis van het paard

 

  1. Rassen

 

  1. Uiterlijk van het paard

 

  1. Benaderen van een paard/pony

 

  1. De verzorging

 

  1. Het rijden

 

  1. Leuke weetjes
     

1. Inleiding

Ik doe mijn spreekbeurt over paarden en pony’s omdat ik zelf op ponyrijden zit en het hele lieve dieren vind. Zoals jullie misschien al weten na al mijn verhalen.

Als ik klaar ben met mijn verhaal mogen jullie vragen stellen.

 

Een paardenfamilie bestaat niet alleen uit vader/moeder/kind. Paarden leven in een grote groep, dat noem je een kudde, ze blijven bij elkaar. In een kudde leven jonge en oude paarden

Moeder paard =merrie

Vader paard= hengst of ruin (gecastreerde hengst)

Het jong noemt men een veulen, is nog geen jaar oud.

 

 

 

 

Er is 1 leider in de kudde, soms moeten ze vechten om uit te maken wie de baas is.


 

2. Geschiedenis

 

 

Paarden bestaan al heel wat jaren, ong. 70 miljoen jaar, dus heel wat langer dan de mens.

De 1e paardachtigen werden ontdekt in Noord-Amerika. Ze waren ongeveer 30 cm. (kleine hond) en leefden in de bossen.

Dat 1e paard wordt EOHIPPUS genoemd, = paard van de dageraad.

Later ontstonden grotere dieren die meer op de huidige paarden/pony’s lijken.

Het 1e echte paard (equis)verscheen 250.00 jaar geleden, daar stammen de ezels paarden en zebra’s van af.

Omdat mensen tegelijkertijd en op verschillende plaatsen gingen fokken ontstonden er vele paardenrassen en paardentypen. Hierover later

 

De mens heeft het paard gebruikt voor:            voedsel (paardenbiefstuk)

                                                                       Werk (boerderij)

                                                                      

 

                                                                       Strijd (in het leger)

                                                                       Vervoer (later auto’s)

                                                                      

                                                                      

Jacht

                                                                      

 

Ontspanning en sport

                                                                      


 

3. Rassen

 

 

Er zijn op de wereld meer dan 200 erkende rassen (bij een stamboekregister ingeschreven)

Elk ras heeft zo zijn eigen kenmerken: bouw, stokmaat, kleur.

Naast de rassen zijn er ook bepaalde types van paarden: Jachtpaarden, rijpaarden,  pony’s zijn ook types paarden.

 

 

Bekendste ponyrassen :

Fjord:                          uit Noorwegen, werd door boeren als trekpaard gebruikt. Vacht is blond en heeft rechtopstaande manen. Schofthoogte 1.40 m  (ZAZOU, SPIRIT)

Dartmoor:        uit Zuid-Engeland, leeft in wild en op de heide. Rustig en vriendelijk.                          Schofthoogte 1.20-1.25

Exmoor:           Leeft in Engeland bij de Dartmoor , een van de oudste ponyrassen. Schofthoogte 1.22-1.25 mtr

Shetlandpony: van de Shetlanderlanden voor Schotland. Werd vroeger gebruikt als lastpony, in de mijnen. Geschikt voor kleinere kinderen.

schofthoogte 1.02-1.07

Welsh Mountain pony: sterk oud ras. Zelfs de Romeinen fokten hier al mee.

Geschikt voor rijpony voor kinderen.

 

Bekendste paardenrassen:

Lipizzaner:        uit Spanje en Slovenië (lipizza) Meeste volwassen lipizzaners zijn wit en de veulens zijn zwart. Schofthoogte:1.53-1.60

Pinto:                           bontgekleurd paardenras, door indianen in Noord-Amerika gebruikt, donkere vacht met lichtere vlekken of zwart-witte pinto’s Schofthoogte 1.45-1.60

Hannoveraan:   goede springpaarden, een Duits ras.

Holsteiner:        oudste Duitse volbloedras, landbouwpaard. Nu spring en dressuur. Schofthoogte 1.63-1.75

Fries:                           een trots en vriendelijk koudbloed paard uit Friesland. Rij- en rijtuigpaard. Friezen zijn altijd gitzwart. Schofthoogte 1.55

Haflinger:         Oostenrijk soms tot pony’s gerekend ivm grootte. Geliefd bij kinderen Meestal                       palomino met blonde manen. Schofthoogte: 1.35-1.45 m.

 

 

Warm- en koudbloeden

Koudbloeden zijn eigenlijk de werkpaarden, zij zijn heel rustig en zien er vaak ook groter en zwaarder uit, bijv. de Fries, Haflinger

Warmbloeden zien er fijner uit en zijn minder zwaar. Zij zijn veel sneller dan de koudbloeden, bijv. de Hannoveraan. Lipizzaner.

 

 

 

 


 

4.  Zo ziet een paard eruit (uiterlijk, kleur, aftekeningen)

 

Uiterlijk:

 

 

Een pony/paard is een edel dier dus je spreekt niet over poten en kop maar over benen en hoofd!

 

Neus: om op te vertrouwen, reuk is erg goed, al van verre kan een paard iets ruiken.

 

Oren: voorzichtig mee omgaan, een paard kan beter horen dan een mens, heeft dus een hekel aan harde en schelle geluiden, nooit schreeuwen tegen je paard.

 

De ogen: Paarden zien alles om zich heen, behalve voor en achter hem. Ga dus nooit achter een paard staan, hij kan schrikken. Benader hem zijwaarts.

Een mens ziet alleen wat voor hem is.

 

 

Manen: de haren op de hals van een paard en het vel is de vacht

 

Schouders: zorgen voor kracht

 


 

Hoeven, de hoeven bestaan uit hetzelfde materiaal als onze vingernagels

Een hoefijzer zit aan de hoeven: dit om de hoeven(voeten) van het paard te beschermen als het op de weg gaat stappen. De hoefsmid controleert regelmatig de hoeven/hoefijzers van het paard

  Hoefijzer laten zien met nagels 

 

 

 

Staart om lastige vliegen weg te meppen

 

 

Het gebit: aan de tanden kan men zien hoe oud een paard is, hij heeft  snijtanden en 12 kiezen. Als hij 5 is, stopt hij met wisselen en heeft hij zijn definitieve gebit.

 

Schofthoogte meten

Als je wilt weten hoe groot een paard is, dan moet je zijn schofthoogte meten. De schoft is het hoogste punt van een paard, daar gaat de hals van het paard over in de rug.

 

Kleuren:

De hoofdkleuren zijn zwart, donkerbruin, lichtbruin, voskleurig en grijs.

Tijdens het 1e jaar begint de kleur van het lichaam te veranderen, de zgn. echte kleur verschijnt pas in het 2e jaar. Als men twijfelt over de echte kleur kijkt men naar de manen, staart, de haren van de neus.

 

Aftekeningen:

Aftekeningen zijn kenmerken om het paard te herkennen. Voornamelijk op lichaam, hoofd en benen. Bij geen aftekeningen is het paard eenkleurig.

 

Verschillende soorten blessen laten zien.

Stervormige bol

Blaarkop

Maanoog

Smalle bles

Sneb

Brede bles

 

 

 


 

5.  Het benaderen van een pony/paard

 

Een paard is heel goed in staat om stemmingen aan te voelen, wanneer je naar hem toeloopt weet hij dat meteen. Blijf altijd rustig maar consequent.

 

Benader een paard nooit van achteren! Hij ziet je dan niet aankomen en kan behoorlijk schrikken. Altijd aan de zijkant benaderen en rustig praten.

 

Een paard praat door middel van lichaamstaal (oren, geluiden, gezichtsuitdrukking)

Chagrijnig/boos: oren plat naar achteren en dichtgeknepen neusgaten

Bang: grote wijd opengesperde ogen en uitgezette neusgaten3

Rustig: rustige ogen & oren om zich heen kijkend.

 

Snuffelen doet hij om contact te maken.

Bij opwinding kan hij gaan snuiven als een soort draak.

Bij tevreden en ontspanning maakt hij zachte proestende, briesende geluidjes.

 

Met de achterbenen licht bokken is eveneens een dreigmiddel en betekent voorzichtig vriend kom niet te dichtbij. Wanneer paarden elkaar echt mogen, zie je dat ze elkaar regelmatig krauwen in de manen of rug van een ander.

 


6. De verzorging van een paard

 

Verzorgen is meer dan schoonmaken alleen.

 

Poetsen vinden paarden vaak heerlijk denk maar aan het velletje krabben, als ze elkaar graag mogen. Altijd in een rustige ontspannen sfeer je paard/pony verzorgen, opletten op wonden, kneuzingen.

Nooit met je hoofd bij de achterbenen komen! Hij kan per ongeluk in plaats van een vervelende vlieg jou een schop geven.

De volgorde is belangrijk, begin bovenaan de hals, met roskam (laten zien) draaiende bewegingen maken. Zo ga je naar achteren.

 

De gevoelige plekken zijn: hoofd, benen en ruggengraat.

 

 

Wat heb je nodig voor poetsen: poetskoffer laten zien

*          Rosborstels, te gebruiken op grote oppervlakten

*          Harde borstels: voor het verwijderen van vuil van benige delen, en voorzichtig om de manen glad te borstelen

*          Zachte borstels: uitborstelen van vuil en stof bij de gevoelige plekken (hoofd)

*          Hoevenkrabber: om de hoeven mee schoon te maken

*          spons: 1 voor hoofd en 1 voor achterkant

 

Zweetplekken onder zadel en singel moeten goed schoongemaakt worden, door de zweet  plakken de haren aan elkaar, en worden scherp, kan bij het rijden wondjes opleveren.

 

Verzorging is belangrijk voor en na het rijden. (denk aan de zweetplekken) en belonen met wat lekkers. Het bevordert de gezondheid, voorkomt ziekte en houdt de conditie op peil

 

 

Voeren van paarden/pony

Hangt af van wat de paarden doen, (brokjes en haver), zorg ervoor dat er genoeg los voer is, bijv hooi. Het beste is 2x per dag voeren. Niet net voor het rijden het paard voeren. Doe dat als je terug bent.

Sommige planten zijn zeer gevaarlijk en giftig, bijv. kruiskruid, taxus, laurier, boterbloem, goudenregen, eik, hondsdraf.

 

Naast het voer ook elke dag vers water. Een paard heeft zo’n 40 liter water nodig per dag.

 

Lekkere hapjes zijn: brood, appels, wortels en speciale paardensnoepjes (vanille, kruiden, appelsmaak) Geen suikerklontjes want dat is slecht voor de tanden

De brokjes of snoepjes op een platte hand leggen, zo kan hij niet per ongeluk in je vinger bijten.

 

Stal uitmesten elke dag. Een pony maakt soms wel 10 hopen per dag, dat is gauw 20 kilo, en hij heeft geen wc waar hij door kan trekken, dus uitmesten is van belang. Ook van het weiland de poep opruimen, anders kan hij het opeten.

 


 

7. Rijden

 

De kleding van de ruiter:

Paardrijbroek, geen harde naden aan de binnenkant, kan schuren aan je benen

Rijlaarzen

rijhandschoenen

Cap of helm is het belangrijkst: het beschermt je hoofd bij een evt. val.

Geen sierraden, kans op ergens achter blijven haken

 

 

 

De uitrusting van het paard:

Het zadel met eronder een zadeldekje, er zijn verschillende zadels bijv. voor springen, dressuur, western, en voltigerijden

Het hoofdstel ook hierin zijn er verschillende. Een compleet hoofdstel bestaat uit een bit, van metaal, kunststof of rubber, met daaraan de teugels en de lederen delen zoals keelriem en neusriem, sperriem (is voor bescherming dat het bit niet heen en weer door de mond getrokken wordt)

Stijgbeugels op maat maken en het zadel aansingelen is van belang voor je gaat rijden.

 

4 basisgangen: Stap – Draf – Galop – Rengalop

 

Verschillende rijstijlen:

Dressuur: de basis van alle rijstijlen. Met hulpen, (benen, handen en je zit) oefeningen doen (proefjes, voltes maken)

De bak is verdeeld in letters A F B M C H E K (Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koe) en in het midden de X

Je komt altijd binnen bij de A. De jury staat bij de letter C.  

Springen

Western rijden

Voltige: kunstjes op een paard, op de rug van het paard oefeningen doen

 


 

8. Bijzondere/grappige weetjes

 

Het grootste paard: de shire: 1.80 en sommige groter dan 2 m., weegt meer dan 1000 kilo

Het kleinste paardje is de Falabella 37,5 cm. , meestal 70 cm. In Amerika als huisdier

 

Een veulen kan binnen het uur lopen

 

Er komt een paard bij de dokter. Zegt hij: “O, ik zie het al, schimmel”

 

Wat is groen en rijdt op een paard : een spruiter

 

 

Een hoefijzer altijd met de open kant naar boven ophangen zodat het geluk erin kan vallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

1e  Spreekbeurt   vrijdag    3 februari 2006                  Lonneke Stiebolt

 

*          Inleiding

            Paarden (kudde, vader, moeder, kind)

                       

*          Geschiedenis (kort)

            1e paard Eohippus, later equis

            Werk, strijd, vervoer, jacht, sport, voedsel

 

*          Rassen (kort)

            Wat is ras, paar ponyrassen/paardenrassen noemen

 

*          Uiterlijk Paard (kort)

            Oog, edel dier, hoef, oren en neus

            Kleuren en aftekeningen

 

*          Benaderen van een paard (kort)

            Niet van achteren, waarom, rustig, oren

 

*          Verzorging van een paard (poetskoffer)

            - poetsen

            - voeren (trakteren)

            -stal uitmesten

 

*          Rijden

            - kleding van een ruiter (laten zien)

            - uitrusting van een paard

            - verschillende rijstijlen (dressuur, springen, western, voltige)

              Bij dressuur letters in bak (Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koe)

 

*          Grappige weetjes en eventueel vragen van de klas.

 

 

Veel geluk en succes met je 1e spreekbeurt. Je kunt het.

 

Wij gaan onze spreekbeurt houden over paarden, pony”s.

 

 

 

 

 

De geschiedenis van paarden.

 

 

 

 

 

Heel lang geleden leefde er een dier dat zo groot was als een vos.

 

 

Hij had 4 tenen aan zijn voor voeten en 3 aan zijn achter voeten.

 

 

Later werd het in miljoenen jaren een paard.

 

 

Het oudste paard dat nu nog leeft heet het przewalski hij is niet zo groot want in die tijd was er niet zo veel eten.

 

 

Je kunt hem nu alleen nog maar in dierentuinen zien. Plaatje 1.

 

 

 

 

 

Gangen:

 

 

Je hebt drie basis gangen de stap de draf en galop.

 

 

Bij stap tilt het paard omstebeurt telkens een voet van de grond.

 

 

Bij draf worden beiden diagonale benen van de grond getild en we

 

 

er neer gezet.

 

 

Bij galop lijkt het net of het paard kleine sprongetjes maakt.pl.2

 

 

En je hebt ook nog een vierde gang dat de telgang word genoemd.

 

 

Het paard heeft dan steeds een voet op de grond.

 

 

 Niet alle paarden kunnen dit, alleen IJslanders en paarden die daar voor zijn getraind.

 

 

 

 

 

De paarden\pony rassen.

 

 

   

 

 

 

 

 

De Shetlander:de Shetlander heeft hele korte benen en een ondeugende gezichtsuitdrukking .

 

 

De Shetlander word ook veel gebruikt als trekpaard.

 

 

Hij wordt tussen de 87 en 107cm. Mini Shetlanders worden niet hoger dan 86 cm.

 

 

 

 

 

 

 

 

De IJslander:

 

 

De IJslander is een heel sterk paard, hij is niet zo groot maar hij kan met gemak een wolwassen man op zijn rug dragen.

 

 

Hij is zo sterk doordat hij uit een heel ruig gebied komt met veel rotsen en bergen.

 

 

Hij wordt meestal tussen 1.32 en 1.46m

 

 

 

 

 

Het fjordepaard:

 

 

Hij heeft rechtopstaande manen.

 

 

Het is een stoer paard met een sterke hals.

 

 

Hij komt uit west Noorwegen en hij wordt daar vaak gebruikt als trek en pakpaard. hij is 1.35-1.45m.

 

 

 

 

 

De shire:

 

 

De shire is het grootste paard dat er bestaat, hij wordt veel  gebruikt als trekpaard maar je kunt er ook prima op rijden.

 

 

Hij heeft een vriendelijk karakter en is erg rustig.

 

 

In engeland noemen ze hem de vriendelijke reus.

 

 

Hij wordt met gemak boven de 1.85m.

 

 

 

 

 

De fallabella:

 

 

De fallabella is niet veel groter als een grote hond.

 

 

Het zijn geen pony”s maar mini paardjes het is de kleinste pony in de wereld.

 

 

Hij komt in allerlei kleuren voor.

 

 

 

 

 

De halflinger:

 

 

Hij is vos kleurig met lichte manen en een lichte staart.

 

 

Hij heeft veel aftekeningen op zijn hoofd.

 

 

Hij wordt tussen 1.40 en 1.48 m.

 

 

 

 

 

Verzorging:

 

 

 Als je een eigen pony hebt dan moet je hem heel goed verzorgen.

 

 

Je moet zijn stal 2 keer per dag uitmesten, hij moet drie keer per dag eten, je moet hem elke dag poetsen, hij moet twee keer per dag schoon water en je moet hem veel beweging geven.

 

 

Je moet in het beging proberen je paard (of pony) beter te leren kennen.

 

 

Dat doe je om hem flink veel aandacht en verzorging te geven. pl.3

 

 

 

 

 

De hoeven:

 

 

Je moet voor en na het rijden de hoeven uitkrabben.

 

 

Dat is al het losse vuil uit zijn hoef halen.

 

 

 

 

 

Als er grote stenen in de hoef komen kan dat kneuzingen veroorzaken.

 

 

Pl.4

 

 

Regelmatig moet je ook met je paard naar de hoefsmid om nieuwe hoef ijzers te laten zetten bij je paard.

 

 

Of als je paard kreupel is.

 

 

Als je paard kreupel is heeft hij zijn voet heel raar naar binnen en kan hij niet goed meer lopen.

 

 

 

 

 

Paardrijden

 

 

Voordat je gaat paardrijden moet je je pony heel goed poetsen en er voor zorgen dat het zadel goed zit en dat alle riempjes vast zitten.

 

 

als je opstijgt moet je er voor zorgen dat je het paard niet perongeluk schopt want hij kan er vandoor gaan of zelfs steigeren.

 

 

Je hebt verschillende soorten paardrijden: dressuur, springen en western.pl6

 

 

Op een manege krijg je les, ze leren je hoe je op je paard moet zitten en hoe je moet sturen, later leer je ook de verschillende gangen en springen. Als je de pony een schopje geeft gaat hij sneller en als je aan de teugels trekt je zelf zwaar maakt en achterover gaat zitten gaat hij langzamer.

 

 

 

 

 

Figuren

 

 

Je hebt veel soorten figuren die je met je pony rijd bijvoorbeeld:grote volte van hand veranderen gebroken lijn linksomkeert en afwenden en nog veel meer.

 

 

 

 

 

Springwedstrijden :

 

 

Dat is een wedstrijd dat je samen met je paard over verschillende hindernissen moet springen, hoge en lage.

 

 

Als je springt moet je in de verlichte zit zitten, dat is makkelijker voor jouw en je paard.

 

 

De verlichte zit is dat je met je billen uit het zadel gaat.

 

 

Een spring wedstrijd word ook wel concours genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dressuurwedstrijden:

 

 

Bij dressuur moet je allemaal figuren met je paard maken.

 

 

Het is belangrijk dat je je paard goed onder controle hebt.

 

 

De grote van de bak is 20m breed en 40 m lang.

 

 

Dressuurwedstrijden heb je van a tot z.

 

 

Z is het hoogste.

 

 

Anky van grunsven is wereldkampioen dressuur. (Elastieken)

 

 

 

 

 

Het tuig.

 

 

Hoe doe je het hoofdstel aan?

 

 

Je gaat aan de linker kant van je pony staan.

 

 

Je doet zijn teugels over zijn hoofd en het bit in .

 

 

Voor de rest moet je nog de keel riem en de neusriem vast maken.

 

 

Hoe gaat het dan met het zadel?

 

 

Je staat nog staat  nog steeds aan de linker kant.

 

 

Je zet het zadel voorzichtig op zijn rug, zorg dat hij goed  licht.

 

 

Nu maak je de singel gaatje voor gaatje vast.

 

 

 

 

 

manege de waterberg:

 

 

wij rijden op de manege de waterberg.

 

 

Er zijn daar 18 paarden en pony”s zoals:

 

 

Hombre,jonk-vrouw, xavier, fleurtje, mon-ami, floyd en nog veel meer.

 

 

 

 

 

Vragen:

 

 

1.    wat zijn de drie basis gangen?

 

 

2.    noem een paar rassen op: de shetlander, ijslander, fjordenpaard, fallabella, halflinger en de shire.

 

 

3.     wat vindt je van paardrijden?

 

 

4.     hoe hoog word de shetlander? 87 tot 107 kleine worden niet grooter dan 86 centimeter.

 

 

5.     wat zit er aan een voet van een paard? Een hoef.

 

 

6.     wat vindt je van een paard?

 

 

7.     wat is de kleinste pony ter wereld? De fallabella.

 

 

8.     wat is het grootste paard ter wereld? De shire.

 

 

9.     zou je zelf een paard willen hebben?